PURMEREND - De kaderbrief 2018-2021 is de laatste van het huidige college. Het laat zien dat zij de ambities voor de stad - zoals verwoord in het coalitieakkoord - heeft gehaald en belangrijke ontwikkelingen in de steigers heeft gezet voor een nieuwe raadsperiode. Wel laat het financieel meerjarenperspectief een lichte verslechtering zien. Het college is daarom voorzichtig met nieuwe plannen.

Kaderbrief 2018-2021 solide vertrekpunt voor nieuwe raadsperiode

De kaderbrief beschrijft de financiële positie van de gemeente en de uitgangspunten die van invloed zijn op de meerjarenbegroting die de gemeenteraad in november behandelt.

Ambities uit coalitieakkoord

Het college formuleerde in het coalitieakkoord 2014-2018 ‘Met vereende kracht’ verschillende ambities. Nu, het voorlaatste jaar van de periode, blijkt dat veel van deze ambities zijn gehaald. Zo is bijvoorbeeld de koers ‘van buiten naar binnen werken’  meer ingebed in het handelen van de gemeente, omdat de ambtelijke organisatie opnieuw is ingericht. Activiteiten worden daardoor met meer samenhang opgepakt, waarbij het uitgangspunt dat inwoners centraal staan, meer tot uiting komt. Ook zette het college belangrijke ontwikkelingen voor de toekomst in de steigers. Zo zet Purmerend bijvoorbeeld in 2017 samen met Zaanstad het participatiebedrijf op en wordt hard gewerkt aan het project Purmerend 2040 wat voorkomt uit de behoefte van inwoners aan meer woningen.

Lichte daling meerjarenbegroting

De financiële ruimte voor 2018 is beperkt. Dit komt met name omdat de gemeente minder geld krijgt van het Rijk voor het uitvoeren van de Wet Werk en Bijstand. Ondanks de beperkte financiële middelen heeft het college wel ruimte gevonden voor plannen zoals bijvoorbeeld stadspromotie, maar is ze terughoudend met nieuwe initiatieven om zo ruimte te bieden aan de volgende coalitie. Het lukt wel om voor 2018 een sluitende begroting aan te bieden, maar voor het jaar 2021 betekent het een tekort van  600.000 euro. Het college ziet mogelijkheden om dit op te lossen en  komt met een sluitende meerjarenraming bij het opstellen van de begroting voor de periode 2018-2021.